Kruidvat Online Fotoservice

Winkelmandje
 

Betere foto's maken

 

Panoramafoto’s

Probeer eens een panoramafoto als hier afgebeeld te maken! Steeds meer camera’s beschikken over een panoramafunctie die achterelkaar geschoten beelden een speciale naam geeft, om ze vervolgens makkelijk aan elkaar te kunnen plakken. Ook zul je in de elektronische zoeker van de camera vaak een stukje van de voorgaande foto afgebeeld zien, zodat je gemakkelijker het ernaast liggende beeld kunt schieten. Met de bij de camera geleverde ‘stitch’-software voor de pc kun je uiteindelijk de beelden aan elkaar lassen (‘stitchen’). Maar ook steeds meer losstaande
fotobewerkingsprogramma’s op de pc voorzien in een fotosamenvoegfunctie, zodat je camera niet speciaal over genoemde panoramafunctie hoeft te beschikken. De afgebeelde foto, bijvoorbeeld, maakten we met vier ‘gewone’ 3-Megapixel foto’s uit een Ricoh G4, die wij aan elkaar voegden met behulp van Adobe Photoshop Elements (adviesprijs € 99,00). Het rekenwerk kostte vijf minuten, maar het resultaat is er dan ook naar! 
Adobe Photoshop Elements zorgt dankzij slimme softwarealgoritmen voor een onopvallende overgang tussen de samengevoegde foto’s; er zijn geen ‘naden’ zichtbaar. Enige praktische aanwijzingen, voor wie met de panoramafunctie aan de slag wil:

Kies een vaste positie om de beelden te schieten, maak vanuit die positie meerdere foto’s waarbij je steeds zorgt voor enige overlap tussen de opnamen; die heeft de fotosoftware nodig voor een naadloze overgang.

Schiet de beelden bij bewolking telkens binnen enkele seconden, de lichtval kan snel wisselen en dat is in het eindresultaat te zien als je te lang pauzeert tussen de kiekjes. Een panoramafoto kun je natuurlijk perfect afdrukken als (reuze)poster.

 

Vogelperspectief

Probeer eens een andere compositie te bedenken voor je foto’s. Dat houdt niet alleen in dat je je camera anders moet richten of instellen,  je moet ook denken aan het standpunt van de fotograaf zelf. Een van de leukste posities is van boven naar beneden ‘kieken’; het vogelperspectief.
Bovenstaande uitkijktoren in het maagdelijk schone zand van de Veluwse heide in Nederland nodigt direct uit tot een beklimming. Als je de gemaakte foto als afdruk aan de muur hangt, zul je je een seconde afvragen: wat zie ik hier nu eigenlijk? Om daarna pas te zien dat de achtergrond feitelijk een duinpan is. Aha!

 

Kikvorsperspectief

Het omgekeerde van het vogelperspectief is het kikvorsperspectief; niet de camera naar beneden, maar de camera juist schuin omhoog houden. Bij de mensen op je foto leidt het wel tot een wat ‘dreigend’ effect. Je maakt ze groter en massiever dan ze werkelijk zijn. Dat kan bij de eerste stapjes van baby een leuk effect geven, vrouwen maak je er meestal niet blij mee. Maar het kikvorsperspectief maakt voertuigen, zoals een sportieve auto, wel veel spannender en stoerder. Een Golf GTI die je op internet wilt verkopen, zal zoals afgebeeld heel wat meer indruk maken, dan wanneer je hem recht van voren had gekiekt.

 

Lente en herfstzonnetje: ideaal!

Steeds meer Nederlanders en Belgen gaan in het voor- en naseizoen op vakantie. Minder druk, goedkoper en je schiet ook betere foto’s! Ja, je leest het goed: je maakt betere, spannender, foto’s. De zon staat namelijk een groot deel van de dag laag in de lente, herfst en winter en dat levert mooie beelden op met veel contrast en diepte. Het zou zonde zijn om daar geen gebruik van te maken! 
Foto: Peter de Ruiter. Lees meer tips in zijn boek Digitaal fotograferen onderweg, Uitgeverij Elmar

 

Met dank aan de schemering

Een van de mooiste momenten om te fotograferen is tijdens de schemering. Als dan ook de verlichting op straat en in gebouwen tegelijk gaat branden en beide typen lichtbronnen zijn ongeveer even sterk, krijg je helemaal een fraai effect. Zie onderstaande foto.

Juist omdat deze momenten spaarzaam zijn, moet je ze direct vastleggen! Vanwege de verschillende soorten lichtbronnen is het in deze situatie verstandig om de automatische witbalans op de camera zijn werk te laten doen (deze dus niet uitschakelen).

Foto-idee: silhouet

Tot ver na de Middeleeuwen was er een brede kunststroming die het adagium ‘meer is beter’ aanhing. De Nachtwacht van Rembrandt is daar een mooi voorbeeld van. Er valt lekker veel op te zien. Veel mensen, veel details. In moderne tijden is de trend tegenovergesteld: less is more. Beperk het beeld tot de essentie van wat u ermee wilt zeggen.

En wat dat betreft is de silhouetfoto op deze pagina een heel moderne plaat. De contouren van een persoon en dat wat hij uitvoert, vertellen genoeg voor de betere verstaander.

Geen afleidende details

Een silhouetfoto maak je door tegen de zon (of een felle lichtbon) in te fotograferen. Als de lichtbron zich achter het onderwerp bevindt, zijn de contouren van het onderwerp vrijwel zwart. Schiet meerdere beelden van deze compositie. Zo kun je thuis de winnende plaat uitkiezen.

Met macrofotografie blaas je de kleine wereld van een bloem of insect op tot menselijke proporties. En dat geeft een vervreemdend maar heel fraai effect.

Macrofotografie

Op de digitale camera is voor dichtbij opnamen vrijwel altijd een zogeheten macrostand beschikbaar. Achterop op het toestel (of in het instelmenu) wordt deze stand aangegeven met een bloemetje. Zet je toestel in de macrostand, plaats jezelf op enige tientallen centimeters van het onderwerp en druk even kort de ontspantoets (‘fotomaakknop’) in. De camera stelt zich scherp op het object. Wat langer doordrukken en je hebt de plaat geschoten. In de handleiding van je toestel kun je vinden van hoe dichtbij je opnamen kunt maken.

Leuke experimenten

Op zoek naar een passende grafische achtergrond voor je website of nieuwsbrief? Maak een dichtbijopname van bijvoorbeeld een horloge als je die verkoopt in je(web)winkel. Of een kurk als je wijnhandelaar of -liefhebber bent. De modernste digitale camera’s kunnen scherpstellen tot 1 cm van het onderwerp. Maak van zo dichtbij eens een foto van een tv- of computerscherm, of een brief. Het resultaat is zeker verrassend!

 

Foto's onder water

Op duikvakantie bij de Caribische eilanden, in Australië of Nieuw-Zeeland wil je die prachtige beelden van het leven onder water natuurlijk ook vastleggen. Dat kan met een daarvoor bestemde onderwatercamera, of met een gewone digitale camera in een zogeheten onderwaterhuis (een stevige waterdichte kunststof behuizing).

In tegenstelling tot het leven boven water, moet er onder water wel flitslicht worden gebruikt om een mooi resultaat te bereiken. Als je niet flitst, komen de uitbundige kleuren niet tot hun recht.

Raadzaam is om voor dit soort foto’s een losse flitser aan te schaffen. De ingebouwde flitser van de camera zelf heeft te weinig kracht. Een losse onderwaterflitser is helaas nogal prijzig: zo’n zeshonderd euro. Bij Kruidvat kun je terecht voor een onderwater wegwerpcamera van het eigen merk.


 

Door de zeer kleine scherptediepte is de bloem haarscherp en de achtergrond mooi vaag

Spelen met scherptediepte

Soms zie je een foto waarbij het onderwerp er haarscherp opstaat maar de achtergrond (bewust) vaag is. Daardoor gaat alle aandacht vanzelf naar het onderwerp toe.
Dergelijke foto’s maak je door te spelen met de scherptediepte. Scherptediepte is de term voor het gebied waarin onderwerpen scherp worden weergegeven. Het kan heel klein zijn, waardoor alleen het onderwerp op de voorgrond scherp is, maar het kan ook bijna oneindig zijn, waardoor alles op de foto er strak uitziet. Het diafragma (de lensopening) en het instelpunt voor het scherpstellen, bepalen de scherptediepte.

Een grote lensopening geeft minder scherptediepte (en vraagt een kortere belichtingstijd) dan een kleine. Een instelpunt dichtbij de camera kiezen, zorgt ook voor een kleinere scherptediepte.

Op de betere moderne digitale camera’s kun je het diafragma zelf instellen (vaak kortweg ‘A’ of ‘Av’ genoemd, naar Aperture). De belichtingstijd wordt er vanzelf op aangepast. Door veel te oefenen kun je ook zelf fraaie foto’s maken met een onscherpe achtergrond.


 

Deze foto heeft veel diepte door de rotswand links op de voorgrond en het water achter de landtong

Dieptewerking

Een foto die vanaf een indrukwekkende klif langs de kust is genomen, blijkt later op de afdruk vaak helemaal niet zo indrukwekkend over te komen. Keek jezelf langs uw voeten honderd meter de diepte in, op de foto lijkt alles wel plat geworden.
Wilt u lekker veel diepte op een foto krijgen, dan is een goede tip om je standpunt zo te kiezen dat er op de foto een voorgrond, achtergrond en midden te zien is. Op de voorgrond kan bijvoorbeeld een boom staan, in het midden het hoofdonderwerp en op de achtergrond lucht of de verre diepe zee. Soms is de bodem waarop je staat zelf al een mooie voorgrond. Door wat door de knieën te gaan, loopt de grond als het ware vlak onder de foto door.

 

De lijnen in het landschap geven de foto perspectief en leiden je naar het kasteel aan de horizon

Lijnenspel

Zoek bij het maken van buitenfoto’s naar lijnen in het landschap, bijvoorbeeld wegen, slootjes, bergruggen, langgerekte schaduwen, een hek of de horizon. Door landschapslijnen in de foto op te nemen, ontstaat er vanzelf meer perspectief. Denk maar eens aan een foto van spoorrails die aan de horizon samenkomen.

Maar er is nog een voordeel. Bij het bekijken van een foto volgen onze ogen haast vanzelf de lijnen die te zien zijn. De foto blijft hierdoor langer boeiend. Door je standpunt zo te kiezen, dat er landschapslijnen langs of naar het onderwerp of leuke details leiden, kun je die plek op de foto ook nog eens extra benadrukken.

 

Foto: Peter de Ruiter. Meer tips in zijn boek Digitaal fotograferen Uitg. Elmar

Tegen de zon in

Een bekende basisregel bij het maken van een foto is, dat je de zon in de rug moet hebben. Toch zijn sommige foto’s juist mooier als ze tegen de zon in zijn gemaakt, zolang de zon maar niet recht in de lens schijnt. Je kunt hetresultaat op je schermpje in de gaten houden. Een klein stukje naar links of rechts maakt veel uit. Houd de camera net een stukje in de schaduw of maak zelf schaduw door met je hand de zon af te dekken. Soms is het mogelijk omde zon net achter een ver gelegen object verborgen te laten gaan. Niet goed? Gewoon opnieuw proberen

 

 

Deze foto suggereert hoge snelheid, dankzij een simpele truc van de fotograaf

Camera meetrekken met beweging

Een bekend probleem van de fotograaf: een bewegend onderwerp scherp in beeld krijgen. Het grappige is dat de meest eenvoudige oplossing meteen ook een spectaculair effect geeft: de camera meetrekken met de beweging!
Niet iedere bewust bewogen opname zal het object scherp in beeld krijgen.Maar maak snel meerdere beelden achterelkaar en er zit vast wel een ‘lucky shot’ tussen. Dankzij de digitale camera kun je het ongestraft vele malen proberen...

 

De Regel van Derden

Je heb zo je best gedaan, maar je foto pakt toch saai uit. Vooral bij landschapsfoto’s is dat nog al eens het geval. Je hebt het hoofdonderwerp precies in het midden en de horizon exact op de helft van de foto. De oude schildermeesters wisten wel beter. Zij hanteerden de ‘Gulden Snede’, ook bekend als de Regel van Derden. Deze regel hield in dat een schilderij zo werd ingedeeld dat 1/3 opging aan land en 2/3 aan lucht, of andersom.
Ook foto’s worden spannender door deze indeling te kiezen. De Regel van Derden is vaak ook van toepassing op de plek van het hoofdonderwerp. Zet deze eens een keer niet in het midden, maar ongeveer op 1/3 van de zijkant af en je zult zien dat de foto in veel gevallen een stuk leuker wordt. Overigens kun je altijd nog achteraf de foto op de computer bijsnijden en zelf proberen wat het mooiste is.

 

Flits alleen wanneer nodig

Maak zo min mogelijk gebruik van de ingebouwde flitsfunctie. De flitser geeft hard licht en dat komt de sfeer van de foto niet ten goede. Flitsen met een digitale camera is tegenwoordig ook meestal niet nodig, omdat deze camera’s hun sluiter openhouden tot de beeldsensor voldoende licht heeft gekregen.

Met het gebruik van een statief of een andere harde ondergrond, kun je de camera goed stilhouden en van natuurlijk licht gebruikmaken. Tegen een muur of deurpost leunen en even in de adem inhouden als jezelf de camera vasthoudt, kan ook.

Als je tóch met flitslicht foto’s wilt maken (om bijvoorbeeld lange sluitertijden en bewegingsonscherpte te voorkomen), heb je een aantal mogelijkheden. De meest voor de handliggende is de automatische flits, waarbij de flitser aangaat zodra de belichtingsmeter aangeeft dat er te weinig licht is. Het nadeel hiervan is dat de automatische flitser het bij een tegenlichtopname laat afweten. Zorg er liever voor dat de camera zo wordt ingesteld dat deze bij iedere opname afgaat.

Om rode ogen te voorkomen, is de voorflits of rode-ogenfilts een handige functie. Rode ogen ontstaan doordat het flitslicht reflecteert op het netvlies. Met de rode-ogen functie flitst de camera kort voor de opname een aantal keren voor. Door het gebruik van voorflitsen verkleinen de pupillen waardoor het rode-ogen effect wordt verminderd. Zijn er toch rode ogen in je ‘plaat’, geen ramp: ieder serieus fotobewerkingsprogramma beschikt over een rode-ogen-verwijderfunctie.

Een foto met en zonder flits. Met flitsen verdwijnt de natuurlijke sfeer (foto's Mirjam Letsch)

Mooiere opnamen binnenshuis

Tijdens een grijze, bewolkte dag valt er op fotografische gebied weinig te beleven - althans: als je uit bent op echt spannende beelden. De kleuren zijn flauw, het contrast is verdwenen en er is geen diepte. Dan maar naar binnen.

Bij binnenfotografie moet je een aantal zaken goed in de gaten houden. De belangrijkste is dat je beter niet kunt flitsen. Flitslicht verknalt de sfeer in een beeld (zie de foto’s). Dat maakt het fotograferen meteen een stuk lastiger omdat de camera een langere sluitertijd nodig heeft op plekken waar weinig natuurlijk licht is. Je moet de camera stilhouden totdat de sluitertijd voorbij is.

Alle camera’s - ook digitale - hebben aan de onderzijde een aansluiting voor plaatsing op een statief. Dankzij een statief hoef je niet meer uit de hand te fotograferen en voorkom je bewegingsonscherpte. Je kunt met een veel langere sluitertijd werken (zonder flits) en zo het natuurlijke licht gebruiken, hoe weinig ook (zelfs kaarslicht!). Zo’n statief is in verschillende formaten en kwaliteiten verkrijgbaar, al vanaf een of twee eurotientjes. 

Wat ook nog een optie is voor binnenfotografie, is de ISO-waarde op de camera verhogen. De camera stelt zich dan in op het vastleggen van een beeld bij weinig licht, ten koste van wel een wat grover opgebouwd beeld. Ongeveer hetzelfde effect als bij gebruik van filmrolletjes met een heel hoge ISO-waarde, populair bij popfotografen. Op de bijgaande foto van de vliegtuigcabine met beperkt omgevingslicht is de ISO waarde op 400 gesteld en kon worden gefotografeerd zonder flits.(foto Peter Kulche). Experimenteer! Het kost niks!

  

Tegen de zon in, maar toch gelukt.

De fill-stand kan ook buiten goed van pas komen: neem eens een foto van een persoon die in de felle zon staat. De fill-stand op de camera zorgt ervoor dat de schaduw op het gezicht wordt mee gefotografeerd.

Gebruik de invulflits

Soms is het echt lastig om binnenshuis een mooie foto te maken. Bij kaarslicht bijvoorbeeld is er simpelweg te weinig licht voor een onbewogen en scherp beeld. Een gewone flits bij het fotograferen gebruiken resulteert wel in een scherp beeld, maar een heel onnatuurlijk licht. Om in zo'n geval toch wat van de sfeer te behouden, kun je op de camera de in(vul)flits gebruiken (de zogeheten ‘fill’-stand). De camera houdt bij deze fillstand de sluiter langer open waardoor de camera naast het flitsen ook het natuurlijke licht meeneemt. Hierdoor komt ook de achtergrond (waar de flits te zwak is) nog goed op de foto.